Nils van Schaik werd vrijwilliger bij hospice Proxima na het overlijden van zijn moeder. Vlak na het overlijden van zijn moeder, die haar laatste dagen in de hospice doorbracht, zei Nils van Schaik tegen coördinator Arjan: “Je ziet mij over een paar maanden weer.” De sfeer in de hospice was zo’n verschil met de hectiek van het ziekenhuis waar zijn moeder eerder verbleef dat hij had besloten om vrijwilliger te worden bij Proxima Terminale Zorg.
De moeder van Nils bracht in februari 2025 haar laatste dagen door in de hospice. “Ik was geraakt door de sfeer die hier werd gecreëerd. De vriendelijkheid van de vrijwilligers. Niets was te gek. Wij voelden ons als familie zo welkom”, vertelt Nils. “Het was ook fijn om gewoon een gesprek te hebben over de hond of over het weer. Na het ziekenhuis voelde de hospice aan als een warm bad.”
Na zijn ervaring in de hospice gaf hij tijdens het evaluatiegesprek met coördinator Arjan aan dat hij binnenkort contact op zou gaan nemen, want hij had besloten om vrijwilliger te worden. “Het advies was toen dat ik eerst de tijd moest nemen om te rouwen. En dat heb ik gedaan.” Na een paar maanden wist hij het nog steeds zeker en nam hij contact op, waarna er een gesprek volgde.
Meer zorgtaken dan verwacht
Tijdens het eerste gesprek werd er onder andere verteld wat er allemaal bij het vrijwilligerswerk komt kijken. Dat bleken toch meer zorgtaken te zijn dan Nils in eerste instantie dacht. “Huishoudelijk werk en er zijn voor de mensen, dat kan ik wel, maar zorgtaken, dat is wel andere koek. Er werd aangegeven dat je tijdens het inwerken goed begeleid wordt door een ervaren vrijwilliger. Je krijgt een mentor aan wie je vragen kunt stellen en die je ook begeleidt. En je krijgt een tweedaagse cursus, waarbij ook de zorgtaken uitgebreid aan bod komen.”
Nadat er een ‘ja’ was, aan zowel de kant van Proxima als van Nils zelf, begon het inwerken. “In een inwerkdienst zijn er altijd twee vrijwilligers plus de nieuwe vrijwilliger. Je werkt altijd samen met iemand die al ervaring heeft en je loopt zes diensten mee. Met elke dienst (A, B, C, D-dienst) loop je minimaal één keer mee. Uiteindelijk merkte ik dat je vrij snel alles leert en anders kun je het altijd nog vragen aan de andere vrijwilliger.”
Geen werk, maar een overtuiging
Nils werkt inmiddels al ruim acht maanden bij Proxima, waar hij het heel erg naar zijn zin heeft. “Het liefst werk ik een D-dienst. Om 18:45 uur vindt er eerst een overdracht plaats met het vorige team. Tijdens deze dienst merk je dat het huis helemaal tot rust komt. Je zorgt ervoor dat mensen zo fijn mogelijk de nacht ingaan. Ook de dierbaren die blijven slapen. Je doet nog de laatste huishoudelijke taken en zorgtaken. En ja, soms sta je ook een kamer te dweilen of een bed te verschonen, omdat er iets mis is gegaan.” Als er ruimte is, maakt hij graag een praatje met de gasten.
“Proxima heeft door de jaren heen een prachtige groep met vrijwilligers om zich heen verzameld. Mensen die het echt doen vanuit hun overtuiging. Ik noem het ook geen werk, want zo voelt het niet voor mij.” Vanuit zijn omgeving krijgt Nils weleens de vraag of hij het niet eng vindt: “Nee, ik vind het totaal niet eng. Onze gasten zijn allemaal in de laatste fase van het leven en dan is het juist heel fijn om iets voor ze te doen of er gewoon voor ze te zijn. Doodgaan hoort bij het leven.”
Van betekenis zijn
In de paar uur dat Nils er is, vindt hij het juist fijn om van betekenis te zijn. Al is het maar een gesprek over sport, een praatje over het werk dat de gast heeft gedaan of het maken van een geintje. “Zo zei een dame laatst: ‘Zeg jochie, waar moet die koffie vandaan komen? Brazilië? Het duurt zo lang!’, om vervolgens samen te lachen. Je ziet dat mensen en hun familie vaak rust krijgen als ze in de hospice zijn.”
Het vrijwilligerswerk doet Nils naast zijn bedrijf. “Ik ben sinds kort mede-eigenaar van een bedrijf dat coaches en therapeuten opleidt, en ook events over rouw en verlies organiseert.” Zo’n vier tot vijf dagen in de week is hij aan het werk. Als mensen twijfelen of dit werk iets voor ze is, zegt Nils: “Neem contact op en stel je vragen.”